Konkordie van Leuenberg

Dutch

 

Inleiding

 

1. De met deze Konkordie instemmende Lutherse, Gereformeerde en de uit deze voortgekomen geünieerde kerken, alsmede de daarmede verwante voorreformatorische kerken der Waldenzen en der Boheemse Broeders, stellen op grond van hun leergesprekken onder elkaar het gemeenschappelijk verstaan van het Evangelie vast, zoals dit in het navolgende uiteengezet wordt. Dit maakt het hun mogelijk kerkgemeenschap te betuigen en te verwerkelijken. In dankbaarheid, dat zij nader tot elkaar gebracht zijn, belijden zij tegelijkertijd, dat de worsteling om waarheid en eenheid in de kerk ook met schuld en leed verbonden was en is. Met dankbaarheid erkennen zij, dat zij tot elkaar gebracht zijn en een Konkordie van reformatorische kerken in Europa kunnen sluiten.

 

2. De kerk is op Jezus Christus alleen gefundeerd, die haar door zijn heilzaam handelen in de verkondiging en de sacramenten vergadert en uitzendt. Naar reformatorisch inzicht is daarom voor de ware eenheid der Kerk de overeenstemming in de zuivere leer van het evangelie en in de rechte bediening der sacramenten noodzakelijk en voldoende. Uit deze reformatorische criteria leiden de deelnemende kerken hun begrip van kerkgemeenschap af, dat in het navolgende uiteengezet wordt.

 

De weg naar de gemeenschap

 

3. Met het oog op de wezenlijke verschillen in de wijze waarop zij theologisch dachten en kerkelijk handelden, hielden de vaderen der reformatie het terwille van hun geloof en geweten voor onmogelijk scheidingen te vermijden, hoewel zij veel gemeenschappelijks hadden. Met deze Konkordie erkennen de deelnemende kerken dat hun verhouding tot elkaar zich sinds de tijd van de reformatie gewijzigd heeft.

 

Gemeenschappelijke inzichten ten tijde van het ontstaan 'van de Reformatie'

 

4. Nadat zoveel tijd verlopen is kan men thans duidelijker zien wat, ondanks alle tegenstellingen, de kerken der reformatie in hun getuigenis gemeenschappelijk hadden: Zij gingen uit van een nieuwe evangelische ervaring, dat bevrijding en zekerheid schonk. Door op te komen voor de waarheid, die zij hadden leren kennen zijn de reformatoren gezamenlijk in oppositie gekomen tegen de kerkelijke overleveringen van die tijd. Mét elkaar hebben zij daarom beleden, dat leven en leer genormeerd moeten worden aan het oorspronkelijke en zuivere getuigenis van het evangelie in de Schrift. Met elkaar hebben zij getuigenis afgelegd van de vrije en onvoorwaardelijke genade Gods in het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus voor ieder, die in deze belofte gelooft. Met elkaar hebben zij beleden, dat het handelen van de kerk en haar gestalte alleen te bepalen zijn vanuit haar opdracht dit getuigenis de wereld te doen ingaan en dat het woord van de Heer meer is dan welke menselijke vormgeving van de christelijke gemeente ook. Daarbij hebben zij, samen met de gehele christenheid de belijdenis van de Drieënige God en de god-menselijkheid van Jezus Christus, zoals deze in de oud-kerkelijke symbolen beleden was, aanvaard en opnieuw beleden.

 

Veranderende vooronderstellingen van de huidige kerkelijke situatie

 

5. In een geschiedenis van vierhonderd jaar hebben de theologische confrontatie met de vraagstellingen van de nieuwe tijd, de ontwikkeling van het onderzoek der Schrift, de kerkelijke vernieuwingsbewegingen en de opnieuw ontdekte oecumenische horizon, de kerken van de Reformatie geleid tot nieuwe vormen van denken en leven, die op elkaar geleken. Uiteraard brachten zij ook nieuwe tegenstellingen met zich mee, die dwars door de kerken heen lopen. Bovendien werd ook telkens weer broederlijke gemeenschap ervaren, met name in tijden van gemeenschappelijk lijden. Dit alles noodzaakte de kerken om op nieuwe wijze het getuigenis van de Schrift én de belijdenissen van de reformatie, vooral sedert de opwekkingsbewegingen, voor het heden actueel te maken. Door dit te doen hebben zij geleerd het fundamentele getuigenis van de belijdenissen der reformatie te onderscheiden van hun denkvormen, die historisch bepaald zijn. Omdat de belijdenissen getuigen 'van het evangelie als het levende woord van God in Jezus Christus, blokkeren zij de weg om het (evangelie) op verplichtende wijze verder te verkondigen niet, maar openen deze juist en roepen op, deze weg in de vrijheid van het geloof te gaan.

 

II. Het gemeenschappelijk verstaan van het evangelie

 

6. De kerken die deelnemen aan de Konkordie beschrijven hieronder hun gemeenschappelijke verstaan van het evangelie, voorzover dit vereist is om de kerkelijke gemeenschap te funderen.

 

De boodschap der rechtvaardiging als de boodschap van de vrije genade van God
7. Het evangelie is de boodschap van Jezus Christus, het Heil der wereld, als vervulling van de belofte aan het volk van het oude verbond geschonken.

 

8. (a). In de leer van de rechtvaardiging hebben de vaderen der reformatie het zuivere begrip van het evangelie tot uitdrukking gebracht.

 

9. (b). In deze boodschap wordt Jezus Christus betuigd, als degene die mens-geworden is, in Wien God zich met de mens verbonden heeft, als de Gekruisigde en de Opgestane, die het gericht Gods op zich heeft genomen en daarin de liefde Gods tot de zondaar betoond heeft, en als de Komende, die als Rechter en Redder de wereld tot de voltooiing leidt.

 

10. (c). God roept door Zijn Woord in de Heilige Geest alle mensen tot bekering en geloof en belooft de zondaar, die gelooft, zijn gerechtigheid in Jezus Christus. Wie op het evangelie vertrouwt is om Christus' wil gerechtvaardigd voor God en bevrijd van de aanklacht van de wet. Hij leeft in dagelijkse bekering en vernieuwing samen met de gemeente in lofprijzing van God en in de dienst aan de ander, in de zekerheid, dat God zijn heerschappij voleinden zal. Zo bewerkt God nieuw leven en maakt midden in de wereld het begin van een nieuwe mensheid.

 

11. (d). Deze boodschap maakt de christenen vrij tot verantwoordelijke dienst in de wereld, en maakt hen bereid in deze dienst ook te lijden. Zij erkennen, dat Gods wil, die gebiedt en schenkt, de gehele wereld omvat. Zij komen op voor aardse gerechtigheid en vrede tussen de afzonderlijke mensen en onder de volkeren. Dit maakt het noodzakelijk, dat zij met andere mensen zoeken naar rationele criteria, die afgestemd zijn op de zaak en dat zij zich met hun toepassing bezig houden. Zij doen dit in vertrouwen daarop, dat God de wereld in stand houdt en met het oog op de verantwoording voor zijn gericht.

 

12. (e). Met dit verstaan van het evangelie weten wij ons te staan op de bodem van de oud-kerkelijke belijdenissen en aanvaarden de gezamenlijke overtuiging van de reformatorische belijdenissen:

dat het enige Heilsmiddelaarschap van Jezus Christus het centrum der Schrift is en dat de boodschap der rechtvaardiging als de boodschap van Gods vrije genade, de maatstaf van alle kerkelijke verkondiging is.

 

Verkondiging, doop en avondmaal

 

13. Het evangelie wordt ons fundamenteel betuigd, door het Woord van de apostelen en de profeten in de Heilige Schrift van het Oude en het Nieuwe Testament.

 

De kerk heeft de opdracht dit evangelie door te geven door het mondelinge woord van de prediking, door de verkondiging aan de enkeling, én door doop en avondmaal. In de verkondiging, doop en avondmaal is Jezus Christus door de Heilige Geest tegenwoordig . Zo krijgen de mensen deel aan de rechtvaardiging in Christus, en zo vergadert de Heer zijn gemeente. Hij werkt daarbij in veelvoudige ambten en diensten en in het getuigenis van alle leden van zijn gemeente.

 

Doop.

 

14. De doop wordt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest met water bediend. In de doop neemt Jezus Christus de mens , die aan zonde en dood vervallen is, onherroepelijk in de gemeenschap van zijn heil op, opdat hij een nieuw schepsel zij. Hij roept hem in de kracht van de Heilige Geest tot zijn gemeente én tot een leven uit geloof, tot dagelijkse bekering en navolging (van Hem) .

 

Avondmaal.

 

15. In het avondmaal schenkt zich de opgestane Jezus Christus in zijn voor allen overgegeven lichaam en bloed door het Woord van zijn belofte met brood en wijn. Hij doet ons daardoor vergeving van zonden geworden en bevrijdt ons tot een nieuw leven uit geloof. Hij laat ons opnieuw ervaren dat wij leden van zijn lichaam zijn. Hij sterkt ons tot de dienst aan de mensen.

 

16. Wanneer wij het avondmaal vieren, verkondigen wij de dood van Christus, door Wien God de wereld met zichzelf verzoend heeft. Wij belijden de tegenwoordigheid van de opgestane Heer onder ons. In vreugde daarover dat de Heer tot ons gekomen is, wachten wij op zijn toekomst in heerlijkheid.

 

III De overeenstemming met betrekking tot de leerveroordelingen uit de tijd van de Reformatie

 

17. De tegenstellingen die sinds de tijd der reformatie een kerkelijke gemeenschap tussen de Lutherse en de Gereformeerde Kerken onmogelijk gemaakt en tot wederzijdse veroordelingen geleid hebben, hadden betrekking op de avondmaalsleer, de christologie en de leer der uitverkiezing. Wij nemen de beslissingen van de vaderen serieus, maar kunnen thans echter samen het volgende erover zeggen:

 

Avondmaal

 

18. In het avondmal schenkt Jezus Christus, de Opgestane, zichzelf in zijn voor allen in de dood gegeven lichaam en bloed door het woord van zijn belofte met brood en wijn. Zo geeft Hij zichzelf zonder reserve aan allen die brood en wijn ontvangen; het geloof ontvangt het avondmaal ten heil, het ongeloof ten gerichte.

 

19. De gemeenschap met Jezus Christus in zijn lichaam en bloed kunnen wij niet scheiden van de handeling van het eten en het drinken. Een geïnteresseerd zijn in de wijze van tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal dat áfziet van deze handeling, loopt het gevaar de zin van het avondmaal te verduisteren.

 

20. Waar zodanige overeenstemming tussen kerken bestaat, raken de verwerpingen in de reformatorische belijdenissen de huidige stand van de leer dezer kerken niet meer.

 

Christologie

 

21. In Jezus Christus, waarachtig mens, heeft de eeuwige Zoon en daarmede God zelf, zich tot heil in de verloren mensheid begeven. In het woord der belofte en het sacrament doet de Heilige Geest en daarmede God zelf, als de gekruisigde en Opgestane tegenwoordig worden

 

22. In het geloof aan deze zelfovergave Gods in zijn Zoon zien wij ons, met betrekking tot de historische bepaaldheid van de traditionele denkvormen voor de taak gesteld, opnieuw tot gelding te brengen wat de gereformeerde traditie geleid heeft bij haar bijzondere nadruk op het "waarachtig God én waarachtig mens"-zijn van Jezus, én wat de Lutherse traditie bewogen heeft in haar accentueren van de volledige eenheid van de persoon.

 

23. Met het oog op deze stand van zaken kunnen wij thans de vroegere "verwerpingen" niet meer onderschrijven.

 

Praedestinatie

 

24. In het evangelie wordt de onvoorwaardelijke aanneming van de zondige mens door God beloofd. Wie daarop vertrouwt, mag zeker zijn van zijn heil en Gods verkiezing prijzen. Over de verkiezing kan daarom alleen gesproken worden met het oog op de roeping tot het heil in Christus.
 

 

25. Het geloof doet weliswaar de ervaring op, dat de heilsboodschap niet door allen aanvaard wordt, maar het herkent echter hierin het geheimenis van het handelen Gods. Het getuigt tegelijkertijd de ernst van menselijke beslissingen alsook de realiteit van de universele heilswil van God. Het getuigenis der Schrift aangaande Christus maakt het ons onmogelijk een eeuwig raadsbesluit Gods tot uiteindelijke verwerping van bepaalde personen of van een volk te aanvaarden.

 

26. Waar zodanige overeenstemming tussen kerken bestaat raken de verwerpingen in de reformatorische belijdenissen de huidige stand van de leer dezer kerken niet meer.

 

Conclusies

 

27. Waar deze constateringen erkend worden, houden de "verwerpingen" in de reformatorische belijdenissen met betrekking tot het Avondmaal, de Christologie en de Praedestinatie geen verband met de huidige stand van de leer. Daarmede worden de "verwerpingen" die de vaderen hebben uitgesproken, niet als onzakelijk aangeduid; zij zijn echter geen belemmering meer voor de kerkelijke gemeenschap.

 

28. Tussen onze kerken zijn er aanzienlijke verschillen in de vormgeving van de eredienst, in de gestalten van de vroomheid en in kerkorde. Deze verschillen worden in de gemeenten vaak sterker ervaren dan de traditionele leerverschillen. Toch kunnen wij in aansluiting aan het Nieuwe Testament én de reformatorische criteria inzake kerkelijke gemeenschap in deze verschillen geen factoren van kerkscheidende aard zien.

 

IV. Afkondiging en verwerkelijking van kerkelijke gemeenschap

 

Afkondiging van kerkelijke gemeenschap

 

29. Kerkgemeenschap in de zin van deze Konkordie betekent, dat kerken van verschillend belijdenisbestand op grond van de verkregen overeenstemming in het verstaan van het evangelie, elkaar gemeenschap in Woord en sacrament toezeggen en een zo groot mogelijke gemeenschappelijkheid in getuigenis en dienst aan de wereld nastreven.

 

30. Met de instemming met de Konkordie verklaren de kerken met inachtneming van de binding aan de belijdenissen die bij hen gelden, of met inachtneming van hun (eigen) tradities:

 

31. a. Zij stemmen overeen in het 'verstaan van het evangelie' zoals dat uitdrukking gevonden heeft in de delen II en III;

 

32. b. de veroordelingen inzake de leer zoals deze in de belijdenisgeschriften zijn uitgesproken, raken, naar is vastgesteld in deel III, niet meer de huidige stand van de leer in de kerken, die instemmen met de Konkordie;

 

33. c. zij verlenen elkaar kansel- en avondmaalsgemeenschap. Dit sluit wederzijdse erkenning van de ordinatie in en maakt intercelebratie mogelijk.

 

34. Met deze constateringen is kerkelijke gemeenschap vastgesteld. De scheidingen die deze kerkelijke gemeenschap sinds de 16e eeuw onmogelijk maakten zijn opgeheven. De deelnemende kerken hebben de overtuiging dat zij samen deel hebben aan de ene kerk van Jezus Christus en dat de Heer hen bevrijdt tot de gemeenschappelijke diensten en hen daartoe verplicht.

 

Realisering van de kerkelijke gemeenschap

 

35. De kerkelijke gemeenschap realiseert zich in het leven van de kerken en de gemeenten. In het geloof aan de kracht van de Heilige Geest die hen vereent, getuigen zij tezamen en verrichten zij gezamenlijk hun dienst en spannen zij zich in ter versterking en verdieping van de verkrgen gemeenschap.

 

Getuigenis en dienst.

 

36. De verkondiging van de kerken wordt in de wereld geloofwaardiger, wanneer zij het evangelie eenstemmig betuigen. Het evangelie bevrijdt en verbindt de kerken tot gemeenschappelijke dienst. De dienst der liefde gaat om de mens met zijn noden, en tracht de oorzaken hiervan weg te nemen. De inspanning voor gerechtigheid en vrede in de wereld vereist van de kerken in toenemende mate, dat zij gemeenschappelijke verantwoordelijkheid op zich nemen.

 

Toekomstige theologische arbeid.

 

37. De Konkordie laat de verbindende kracht van de belijdenissen in de deelnemende kerken bestaan. Zij wil niet verstaan worden als een nieuwe belijdenis. Zij is een overeenstemming met betrekking tot het centrale, die kerkelijke gemeenschap tussen de kerken van verschillende confessie mogelijk maakt. De deelnemende kerken laten zich bij het gemeenschappelijk verrichten van getuigenis en dienst door deze overeenstemming leiden en verplichten zich tot verdere onderlinge gesprekken over de leer.

 

38. Het gemeenschappelijk verstaan van het evangelie, waarop de kerkelijke gemeenschap berust, moet verder verdiept, aan het getuigenis van de Heilige Schrift, getoetst, en voortdurend geactualiseerd worden.

 

39. Het is de taak der kerken zich te blijven bezinnen op verschillen in de leer, die in en tussen de deelnemende kerken bestaan, zonder dat deze als kerkscheidend gelden. Daartoe behoren:

  • Hermeneutische vraagstellingen ten aanzien van het verstaan der Schrift, belijdenis en kerk;
  • Verhouding van wet en evangelie;
  • Dooppraktijk;
  • Ambt en ordinatie;
  • Twee-rijken-leer en de leer van het koningschap van Jezus Christus;
  • Kerk en maatschappij.

Tevens moeten ook die problemen aangevat worden, die zich voordoen met betrekking tot getuigenis en dienst, kerkorde en praktijk.

 

40. Op grond van hun gemeenschappelijke erfenis moeten de reformatorische kerken stelling nemen tegenover de tendenzen van theologische polarisering die tegenwoordig aan de dag treden. De problemen die daarmede verbonden zijn grijpen ten dele dieper in dan de verschillen inzake de leer, die vroeger de tegenstelling luthers-gereformeerd in het leven geroepen hebben.

 

41. Het zal taak van de gemeenschappelijke theologische arbeid zijn, de waarheid van het evangelie te betuigen én af te grenzen tegenover misvormingen ervan.

 

Organisatorische consequenties.

 

42. Door de verklaring van kerkelijke gemeenschap wordt niet geprejudiceerd op afzonderlijke kerkordelijke regelingen van vraagpunten tussen de kerken en binnen de kerken. De kerken moeten echter bij deze regelingen de Konkordie in acht nemen.

 

43. Algemeen geldt, dat de verklaring van kansel- en avondmaalsgemeenschap en de wederzijdse erkenning van de ordinatie, de bepalingen die in de kerken gelden t.a.v. de bevestiging in het ambt van predikant, de uitoefening van de dienst van de predikant en de bepalingen voor het gemeentelijke leven niet buiten werking stellen.

 

44. Het vraagstuk van een organisatorische samenvoeging van afzonderlijke bij de Konkordie betrokken kerken, kan slechts opgelost worden in de concrete situatie waar in deze kerken Ieven. Bij het onderzoek van dit vraagstuk dienen de volgende gezichtspunten in acht genomen te worden.

 

45. Een unificatie die afbreuk doet aan de levende veelvormigheid der verkondiging, de veelvormigheid van het godsdienstige leven, van de kerkelijke orde en van de diaconale en maatschappelijke activiteiten, zou het wezen van de kerkelijke gemeenschap, die met deze verklaring wordt aangegaan, weerspreken. Anderzijds kan de dienst der kerk in bepaalde situaties terwille van de fundamentele relatie van getuigenis en dienst juridische samenvoegingen vereisen.

 

Wanneer organisatorische consequenties getrokken worden uit de verklaring van kerkelijke gemeenschap, dan mag geen afbreuk gedaan worden aan de vrijheid tot beslissing van minderheidskerken.

 

Oecumenische aspecten.

 

46. Door kerkelijke gemeenschap onder elkaar aan te gaan en te realiseren, handelen de deelnemende kerken vanuit de verplichting, de oecumenische gemeenschap van alle christelijke kerken te dienen.

 

47. Een zodanige kerkelijke gemeenschap in Europa zien zij als een bijdrage tot dit doel. Zij verwachten dat de overwinning van de tot nu toe bestaande scheiding van invloed zal zijn op de kerken die confessioneel gezien met hen verwant zijn in Europa en in andere werelddelen; zij zijn bereid net hen samen de mogelijkheid van kerkelijke gemeenschap te onderzoeken.

 

48. Deze verwachting geldt eveneens voor de verhouding van de Lutherse Wereldbond en de Gereformeerde Wereldbond tot elkaar .

 

49. Evenzo hopen zij, dat de kerkelijke gemeenschap nieuwe stimulansen geven zal tot de ontmoeting en de samenwerking met kerken van andere belijdenissen. Zij verklaren zich bereid gesprekken over de leer in deze bredere context te voeren.

followme
  • Twitter
  • Facebook

European City of the Reformation